Arsenaal

Het arsenaal van Doesburg is een voormalig middeleeuws klooster, het Grote Convent.
Na de Reformatie was het eeuwen in gebruik als kazerne en wapenopslag.
De laatste tachtig jaar raakte het arsenaal zwaar in verval, maar inmiddels is het volledig
gerestaureerd en een spil van bedrijvigheid geworden.

Het Grote Convent
In de Middeleeuwen kende Doesburg meerdere kloosters en religieuze ordes.
Het Grote Convent, of convent van Maria op de Grave, was oorspronkelijk een begijnhuis, voor het eerst vermeld in 1334.
Het lag toen aan de gracht, net buiten de omwalling van Doesburg.
Vandaar de naam ‘op de Grave’, wat op de gracht betekent.
Een eeuw later kwam het complex binnen de stadsmuren te liggen en werd het volledig herbouwd in steen.
Kort daarop verrees hier ook een kapel en een eigen begraafplaats.
In 1446 onderwierpen de zusters zich aan de derde regel van St. Franciscus en werd het Grote Convent een echt klooster.

Het Arsenaal
Na de Reformatie van Doesburg (1586) mocht het Grote Convent blijven bestaan, maar geen novicen meer aannemen.
Toen in 1626 de laatste hoogbejaarde zuster overleed, was het gedaan met het klooster.
De bezittingen vervielen aan de stad.
Doesburg werd een garnizoensstad en het leegstaande kloostergebouw – nu bekend als Arsenaal – bleek prima geschikt als kruitfabriek en munitiemagazijn.
Het klooster werd een van de kazernes in de stad.

Verval en herstel
In 1933 trok het Ministerie van Defensie het garnizoen terug uit Doesburg en verlieten de militairen het arsenaal.
De daarop volgende periode van verval en gedeeltelijke leegstand deed het gebouw geen goed.
Links en rechts moesten lapmiddelen uitkomst bieden, waaronder een dak van golfplaten. Uiteindelijk werd het gebouw volledig gerestaureerd en na jaren van plannenmakerij kreeg het een nieuwe bestemming.
Cultuur, horeca, kunst en ambacht maken het arsenaal nu tot een bruisende ontmoetingsplek voor Doesburg.

Kleine Convent Doesburg [klik hier]