Arsenaal

Midden in het centrum van Doesburg, aan de Kloosterstraat 15, ligt het imposante gebouw dat bekend staat als het Arsenaal. Het gebouw is ruim 33 meter lang en 9 meter breed en heeft drie bouwlagen en een kelder. In zijn lange geschiedenis heeft dit gebouw vele  uiteenlopende functies gehad.

Oorspronkelijk maakte het gebouw onderdeel uit van het Grote Convent, ofwel het Convent van St. Maria Opten Grave. Ook de huidige Kloosterkazerne behoorde tot dit  kloostercomplex. Het is niet bekend in welk jaar het complex is gebouwd, maar waarschijnlijk is de bouw begonnen kort na het jaar 1343, toen graaf Reinout II van Gelre de stad Doesburg toestemming gaf om in zuidelijke richting uit te breiden. Deze datering sluit goed aan bij de gebruikte materialen en bouwstijl. Het convent werd bovenop de 13-eeuwse stadsgracht gebouwd. Opgravingen in de kelder van het Arsenaal hebben dit bevestigd.

In het kloostercomplex woonden aanvankelijk begijnen. In 1446 sloten zij zich aan bij de Derde Orde van Sint Franciscus en werd het complex officieel een klooster. Tijdens de Reformatie werd het gebouw eigendom van de stad. De zusters die op dat moment nog in het kloostercomplex woonden, mochten in het gebouw blijven wonen. De laatste zuster overlijdt in 1626 waarna definitief een einde komt aan het klooster.

In de periode hierna wordt het Arsenaal gebruikt als stadstimmerhuis, paardenstalling en woonruimte. Dit verandert als het complex een militaire functie krijgt. Het complex wordt in 1732 gekocht door de Raad van State en wordt daarmee eigendom van het Rijk. In de gebouwen wordt een kazerne gevestigd. De hoge vleugel wordt gebruikt als arsenaal (wapenmagazijn of opslagplaats); de huidige benaming verwijst nog steeds naar deze functie van het gebouw.

Rond 1923 verliest Doesburg zijn functie als vestingstad en verlaten de militairen de stad. In januari 1931 maakt de rijksdienst De Domeinen bekend dat het Rijk het voornemen heeft om het Arsenaal te verkopen. Het gebouw wordt te koop aangeboden als “het Arsenaal te Doesburg, in de Kloosterstraat, waarin woning, met bijbehorende gebouwen en terreinen, groot ca. 17 aren. Het geheel is geschikt voor garage, fabriek, pakhuis etc.” Uiteindelijk wordt het gebouw in 1932 op een veiling verkocht aan notaris B.J. Ramspek en koopman W.H. Engels voor f 6.100,-.  Ze verhuren diverse ruimtes aan derden voor opslag.

In 1957 wilden de erven van Ramspek (toen reeds eigenaar van het volledige pand) het Arsenaal verkopen. Het R.K. kerkbestuur had interesse maar alleen op voorwaarde dat het pand gesloopt mocht worden. Het gemeentebestuur verleende toestemming, maar uiteindelijk werd dit besluit teruggedraaid door een beslissing van het ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschap. Het ministerie beschouwde het Arsenaal als één van de belangrijkste monumenten van Doesburg en een uniek monument binnen Nederland omdat het een oude kloostervleugel was met twee verdiepingen. Van sloop mocht geen sprake zijn, ondanks dat restauratie op korte termijn niet te verwachten was. In 1962 weten de erven Ramspek het gebouw uiteindelijk te verkopen aan aardappelhandelaar Cöp die het op zijn beurt in 1976 verkoopt aan antiekhandelaar van der Mee. Hij zal het langere tijd gebruiken als woning en antiekzaak.

Monumentenlijst en restauratie

In 1965 werd het Arsenaal op de landelijke lijst van beschermde monumenten geplaatst. Een grondige en noodzakelijke restauratie liet echter nog vele jaren op zich wachten. De diverse eigenaren en gebruikers hadden in de loop der eeuwen het gebouw diverse malen aangepast, zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant. De periode dat het gebouw in gebruik was als Arsenaal heeft de meeste sporen achtergelaten. In deze tijd is de indeling veranderd en de constructie versterkt om ervoor te zorgen dat het gebouw geschikt was voor de opslag van zware goederen.

Nadat de militairen het Arsenaal verlieten, is in de jaren erna weinig meer aan het pand gedaan, behalve de hoogstnoodzakelijke werkzaamheden om het gebouw wind- en waterdicht te houden. Zelfs de beschadigingen die door de Tweede Wereldoorlog waren veroorzaakt werden niet afdoende gerepareerd. Tijdens de bevrijding liep vooral het dak schade op, maar restauratie bleef uit omdat het leidekkersbedrijf de klus niet wilde aannemen: “De goten van het gebouw zijn te slecht. Wij kunnen hier ons personeel niet laten werken, dit is te gevaarlijk”.

In 2006 werden plannen gemaakt om het onderzoeksinstituut Para Limes in het Arsenaal te huisvesten. Er werd gestart met een restauratie; tussen 2006 en 2008 werden een aantal werkzaamheden uitgevoerd om het gebouw te herstellen, waaronder het restaureren van de kapconstructie, het aanbrengen van een nieuw leibedekking op het dak en het plaatsen van een stalen constructie om het gebouw te stabiliseren.

In 2013 is op initiatief van ondernemers uit Doesburg zelf uiteindelijk een nieuwe invulling voor het Arsenaal gevonden. Na een grondige verbouwing is het gebouw sinds 2014 een multifunctioneel centrum. Onder de naam Het Arsenaal 1309 biedt het gebouw onder andere plaats aan een grand café, een filmzaal en diverse kunststudio’s.